Aansluiting TransHis op LSP

Van OZIS naar LSP

OZIS (afgeleid van Open Zorg Informatie Systeem) is in het verleden ontwikkeld als systeem om informatie uit te wisselen tussen apotheekinformatiesystemen (AIS), huisartsinformatiesystemen (HIS) en huisartsenposten. Meer dan tien jaar geleden is besloten dat voor OZIS een veiliger en landelijk inzetbaar alternatief gemaakt moet worden. Dit alternatief is het landelijk schakelpunt (LSP). Per 1 januari 2015 zal OZIS stoppen en TransHIS moet dan aangesloten zijn op het LSP om door te kunnen gaan met het uitwisselen van informatie met andere medische informatiesystemen.

lsp-plaatje

Afb. 1

Hoe werkt het LSP?

Landelijk schakelpunt

Het LSP regelt de inzage in patiëntinformatie die lokaal opgeslagen ligt bij zorgaanbieders. Via het LSP kunnen zorgverleners snel actuele informatie opvragen uit systemen van bijvoorbeeld collega-ziekenhuizen, -apotheken en -huisartsen. Alleen informatiesystemen die aan strenge beveiligingseisen voldoen worden aangesloten op het LSP. Het LSP is een gemeenschappelijke ICT-voorziening die nodig is voor alle zorgaanbieders en andere zorgpartijen in Nederland om via hun Goed Beheerd Zorgsystemen (GBZ’en) onderling patiëntgegevens te kunnen uitwisselen. Het LSP bestaat uit de volgende componenten:

  • Autorisatiemodule: legt vast en controleert welke zorgverlener welke informatie mag inzien of wijzigen. De patiënt heeft de mogelijkheid de autorisaties te wijzigen.
  • Verwijsindex: bevat verwijzingen naar zorggegevens zoals opgeslagen in de aangesloten GBZen. Het LSP bevat dus geen zorggegevens, maar uitsluitend enkele kerngegevens die het zoeken naar gegevens vereenvoudigen, zoals identificatie van de patiënt, het type zorggegeven, het tijdstip waarop het zorggegeven is aangemaakt, de auteur van het zorggegeven en de identificatie van de GBZ waar het gegeven opgevraagd kan worden.
  • Schakelpunt: routeert berichten die via het LSP van een GBZ naar een ander GBZ gestuurd worden.
  • Audit logs: leggen vast wie op welk moment een bepaald zorggegeven gezien of gewijzigd heeft. Dit maakt het mogelijk dat een patiënt achteraf controleert welke zorgverlener informatie heeft gezien of gewijzigd.

Het landelijk schakelpunt maakt gebruik van het Centraal Informatiepunt Beroepen Gezondheidszorg (CIBG). Deze bevat:

  • Landelijk UZI-register (Unieke Zorgverlener Identificatie): bevat het Unieke Zorgverlener Identificatienummer van iedere zorgverlener die van de landelijke infrastructuur gebruik maakt.
  • De Sectorale Berichten Voorziening – Zorg (SBV-Z): levert of verifieert op verzoek van zorgpartijen het BSN op basis van een set identificerende gegevens. Het bevat het Burgerservicenummer van de patiënt/cliënt waarvan zorggegevens worden uitgewisseld en controleert het gebruik van dit nummer door gebruikers (zorgverleners).

De zorgserviceproviders (ZSP’s)

Alle communicatie van en naar een goed beheerd zorgsysteem dat is aangesloten op de landelijke ICT-infrastructuur in de zorg, wordt via een zogenoemde zorgserviceprovider (ZSP) ontsloten. Netwerkleveranciers worden getoetst of zij voldoen aan een aantal veiligheidsstandaarden. De overdracht van informatie gaat via een veilig elektronisch transportmechanisme gebaseerd op Webservices.

Goed Beheerde Zorgsystemen (GBZ)

GBZ’en zijn softwareapplicaties van zorgverleners die gekoppeld zijn aan de landelijke infrastructuur en die voldoen aan een reeks door Nictiz gestelde voorwaarden. De initiële zorgtoepassingen zijn op het gebied van medicatiegegevens (recepten en verstrekkingen van medicatie) en de overdracht van huisarts-dossiers bij waarneming van diensten door bijvoorbeeld een huisartsenpost.

translsp-infrastructuur

Afb. 2

Architectuur voor de aansluiting van TransHIS op het LSP

Er wordt een component (TransLSP) aan het systeem toegevoegd die verantwoordelijk is voor alle communicatie met het LSP. Dit component krijgt een aparte database om berichten die met het LSP worden uitgewisseld in op te slaan. Alle communicatie van en naar het LSP vindt plaats via HL7v3. De TransLSP component kan als client en als server met het LSP communiceren. Voor het ophalen van patiëntgegevens en het dossier heeft de TransLSP component leestoegang tot de TransHIS database nodig. TransHIS communiceert met de TransLSP via een interne REST/XML interface. Deze interface zorgt er voor dat TransHIS wordt afgeschermd van de complexiteit van het samenstellen en verzenden van HL7-berichten. Om gebruik te maken van het LSP moeten gebruikers zich authenticeren met behulp van een UZI-pas. De UZI-pas is een smartcard die via een USB paslezer aan het werkstation van de gebruiker gekoppeld is.